papieren helden

FB

Mijn huis is mijn heelal

Misschien had je met iemand anders je leven moeten delen. Ik besta vooral in mijn hoofd. Niet dat ik veel nadenk, maar mijn ogen nemen het alledaagse in zich op en laten de beelden langs mijn hersens glijden. Als ik conclusies trek dan zijn ze niet gemaakt met logica. Ik aanschouw en haal de plaatjes eruit die me opvallen. Jij bent meer iemand van het avontuur. Ik heb het idee dat langzaam de lucht uit me loopt. Er is geen enkele aanleiding behalve dan dat ik ík ben.

Ik sta voor het raam en kijk naar de bushalte beneden. Jij zat in het hokje met je tas op schoot. Beide handen hielden je handtas vast. Geen een keer keek je omhoog naar ons huis. Die dag zou je naar Mark gaan. Jullie zouden een begin gaan maken met het verdelen van de erfenis. De eerste stappen wilden jullie zonder notaris doen. Ik zei dat ik dat een slecht plan vond, want elke afspraak die je nu maakt kan ontkend worden door de ander. Jij zei dat ik maar beter niet mee kon gaan. Mijn kijk op de mensheid zou de sfeer niet verbeteren.

‘We hebben het hier over mijn broer hoor,’ had je gezegd.

‘Precies.’

Zonder verder iets te zeggen ging je staan, pakte je jas en liep je naar buiten. De deur gooide je iets harder dan normaal achter je dicht.

Bij de bushalte zat je te wachten. Ik ademde tegen de ruit en tekende een hartje. Aan je houding zag ik dat je gespannen was. Laat Rita er niet bij zijn, dacht ik nog. Twee tegen één is nooit goed. Een man die zijn paraplu als wandelstok gebruikte, liep naar je toe en nam plaats naast jou. Jullie leken even naar elkaar te lachen. Ik zag je handen van je handtas gaan, maar toen ontnam de bus de rest van je handelingen.

Zo voelt het altijd. Iets komt tussen ons en dan ben je verdwenen. In dit geval was het met een toevallige voorbijganger. Jij wilde me waarschijnlijk laten zien hoe makkelijk het was om mij te verlaten. Je hebt gelijk. Ik doe er niets tegen. Sterker nog: ik snap je wel.

Vlak voor ik van het raam wil weglopen, hoor ik de commotie. Bij de bushalte ligt een man met een paraplu op de grond. Al snel verdwijnt hij weer uit het zicht omdat allerlei mensen om hem heen gaan staan. Ik pak mijn telefoon en probeer je te bellen. Ik zie je zitten en je telefoon pakken. Jij kijkt op het schermpje en ziet dat ik het ben. Toch besluit je niet op te nemen. Na de piep vraag ik wat er gebeurd is met de man die naast je zat.

Terug bij het raam zie ik bij de bushalte alleen nog maar een meisje in een groene jas op haar mobiel kijken. De man en de mensen bestaan niet meer. Het meisje kijkt even omhoog en zwaait alsof ze gewacht heeft tot ik weer voor het raam zou gaan staan. Als ik niet terugzwaai, is het raar maar als ik het wel doe waarschijnlijk ook. Even steek ik mijn hand op. Een gebaar dat ook per ongeluk gemaakt had kunnen worden. Het meisje lijkt het niet te zien. Haar blik is weer gericht op haar mobiel. De bus komt eraan en haalt het meisje uit mijn zicht. Als de bus weer vertrokken is, zie ik het meisje naast de man met de paraplu bij de bushalte staan. Zij geeft hem een arm. Samen steken ze over op het moment dat een auto in volle vaart op ze afstevent. Ik sluit mijn ogen. Wat ik niet zie, is niet gebeurd. Geen geluid komt normaal gesproken ons huis binnen aangezien we sinds een half jaar driedubbel glas hebben. Toch hoor ik de piepende remmen in mijn hoofd. De klap niet.

‘Hoeveel mensen zijn er al dood?’ vraag je met gedempte stem.

‘Ik denk twee.’

‘Ik ook?’

‘Iedereen sterft behalve jij.’

Je lacht zachtjes.

Ik loop naar het bureau en klap mijn laptop open. ‘Ben je er al?’

‘Nee, zo snel gaat dat niet.’

‘Ben je nog boos op me?’

‘Nee hoor. Ik was ietwat geïrriteerd meer niet. Dat lag meer aan mij dan aan jou.’

Op het aanrecht ligt een halve citroen. In mijn mond wordt direct extra speeksel aangemaakt. Ooit las ik over een jongen die een halve citroen tevoorschijn haalde en erin beet toen de blaasfanfare voorbij kwam. Het resultaat was verbluffend.

‘Is Rita er ook?’

Je begon zachtjes te lachen. ‘Ze woont daar dus ze zal er wel zijn.’

‘Zal ze erbij zijn?’

‘Ik denk het niet.’ Je spreekt steeds zachter. ‘Ik ga weer ophangen, want ik vind het nooit zo fijn om te bellen in de bus. Kus.’

‘Kus terug.’

Dit huis is mijn heelal en mijn hoofd is mijn wereld. Als ik voor het raam sta, laat ik iedereen doodgaan om jou te sparen. Ooit hadden we afgesproken dat jij als laatste zou gaan. Toen Rita een half uurtje later opbelde, verstond ik niets van wat ze zei. Ik probeerde haar te kalmeren door te zeggen dat ze rustig moest in- en uitademen.

‘Is er iets met Mark?’

Toen begon ze nog harder te huilen. Hortend en stotend kwam je dood tot me.

Direct verbrak ik de verbinding. Ik belde jou maar kreeg alleen je voicemail. Ik stuurde je een bericht maar kreeg geen blauw vinkje. Veel mensen willen niet laten weten dat ze het bericht gezien hebben, maar ons maakt dat niet uit. Wij willen weten of een bericht gelezen is.

Ik kijk weer naar mijn scherm en wacht tot het vinkje blauw wordt. Bij de bushalte zie ik je nog net instappen en verdwijnen.

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Pieter Drift